ECLI:NL:RVS:2014:3249
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie trok bij besluit van 3 mei 2013 de verblijfsvergunning van de vreemdeling met terugwerkende kracht in. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de staatssecretaris niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde het besluit van niet-ontvankelijkheid.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding evident niet verschoonbaar was en dat hij daarom met toepassing van artikel 7:3 Awb Pro van het horen van de vreemdeling mocht afzien. De vreemdeling voerde aan dat zij door problematische relatie en huiselijk geweld niet tijdig op de hoogte was van het besluit.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht van het horen had afgezien omdat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. De persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling rechtvaardigden geen verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard.