ECLI:NL:RVS:2014:3251
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging voor bezwaar tegen intrekking rechtsbijstand
De appellant verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om zijn eerdere toevoeging in te trekken vanwege een te hoog inkomen in 2008. De Raad wees de aanvraag af omdat het bezwaar tegen dit besluit redelijkerwijs door de appellant zelf kon worden gemaakt, al dan niet met hulp van derden buiten de werkingssfeer van de wet.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar feitelijk van aard was en geen juridische bijstand vereiste, omdat de appellant slechts hoefde aan te geven dat zijn financiële situatie in 2010 was gewijzigd. Het betoog van willekeur van de appellant faalde omdat niet was aangetoond dat de Raad in vergelijkbare gevallen wel toevoegingen verstrekte zonder dat juridische bijstand nodig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De zaak werd zonder zitting behandeld met toestemming van partijen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging bevestigd.