ECLI:NL:RVS:2014:330
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- J.C. Kranenburg
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving wegens storten van uien en uienschillen in weilanden
Het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop legde appellant een last onder dwangsom op wegens het hebben, opslaan of verspreiden van uien en uienschillen in weilanden, wat volgens het college in strijd was met artikel 10.2, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Appellant betwistte dit en stelde dat de uien en uienschillen geen afvalstoffen zijn, maar bijproducten, en dat het college niet bevoegd was tot handhaving. Ook voerde appellant aan dat handhaving onevenredig was vanwege het ontbreken van milieuschade en overlast.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, en de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat de uien en uienschillen afvalstoffen zijn omdat appellant zich daarvan ontdoet en dat het college bevoegd was de last onder dwangsom op te leggen. Het betoog dat de uien bijproducten zijn, werd verworpen omdat appellant niet aannemelijk maakte dat aan de voorwaarden voor bijproducten werd voldaan.
Verder werd geoordeeld dat het handhavend optreden niet onevenredig is, mede vanwege de klachten over stank en nadelige milieugevolgen. Het beroep tegen de invordering van verbeurde dwangsommen werd eveneens ongegrond verklaard, omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij aan de last had voldaan of dat invordering onaanvaardbare financiële gevolgen had.
De Raad van State bevestigde de aangevallen uitspraak en verklaarde het beroep tegen het invorderingsbesluit ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit en de invordering van de dwangsommen wordt ongegrond verklaard.