ECLI:NL:RVS:2014:3314
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding leerlingenvervoer ondanks handicap en bezwaarschrift
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag van appellante voor vergoeding van leerlingenvervoer voor haar dochter af, omdat de afstand tussen woning en school slechts 1,4 kilometer bedraagt en de dochter onder begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen.
Appellante stelde dat haar dochter vanwege PDD-NOS en autisme niet met het openbaar vervoer kan reizen en dat zij zelf niet in staat is om haar te begeleiden vanwege gezondheidsklachten en gebrek aan ondersteuning. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad van State oordeelt dat de gemeenteraad bevoegd is om op grond van de Wet op de expertisecentra (WEC) te bepalen dat geen aanspraak bestaat op vergoeding op basis van afstand. De hardheidsclausule werd terecht niet toegepast omdat appellante onvoldoende aannemelijk maakte dat haar situatie bijzonder was, en het college niet verplicht was haar door de GGD te laten keuren.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeert dat de aangevallen uitspraak terecht is en bevestigt deze zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De afwijzing van de vergoeding voor leerlingenvervoer wordt bevestigd wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden.