ECLI:NL:RVS:2014:3326
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen beëindiging verblijfverplichting vreemdeling
De vreemdeling had beroep ingesteld tegen het besluit van 28 januari 2014 waarbij de staatssecretaris de aan hem opgelegde verplichting om vanaf 23 mei 2012 in de gemeente Venlo te verblijven, beëindigde. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat het zich volgens haar richtte tegen het beëindigen van de opvang.
De vreemdeling stelde dat de rechtbank ten onrechte buiten de grenzen van het geschil was getreden door zijn beroep te kwalificeren als gericht tegen de beëindiging van de opvang, terwijl het zich richtte tegen het besluit tot beëindiging van de maatregel krachtens artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling overwoog dat de maatregel op grond van artikel 56 Vw Pro 2000 zelf geen grond biedt voor opvang en dat de vreemdeling geen belang heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit tot beëindiging van deze maatregel. Daarom was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard, zij het op onjuiste gronden.
Het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot beëindiging van de verblijfverplichting is terecht niet-ontvankelijk verklaard en deze uitspraak wordt bevestigd.