ECLI:NL:RVS:2014:334
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bouwen berging in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 15 mei 2012 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een berging op een perceel met de bestemming agrarische gronden, waarbij het bouwwerk niet ten behoeve van een agrarisch bedrijf werd opgericht. Deze vergunning werd gehandhaafd na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van de appellant ongegrond.
De appellant voerde aan dat het college niet redelijk had kunnen besluiten tot vergunningverlening, mede omdat de berging in strijd was met het conceptbestemmingsplan dat toen in voorbereiding was, eerdere vergunningaanvragen waren geweigerd, en de berging schade aan een boom op zijn perceel had veroorzaakt. Het college baseerde zijn besluit op een stedenbouwkundig advies waarin werd geconcludeerd dat de berging binnen de globale uitgangspunten van het toekomstige planologische regime viel.
De Raad van State oordeelde dat het college het conceptbestemmingsplan als richtlijn mocht gebruiken en dat het besluit binnen de redelijke beoordelingsruimte viel. De eerdere weigering en het verzoek tot handhaving waren niet doorslaggevend, en er was geen overtuigend bewijs van schade aan de boom. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning wordt bevestigd.