ECLI:NL:RVS:2014:3342
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.A.A. Mondt-Schouten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Laagraven-Oudwulverbroek wegens strijd met zorgvuldigheid en ruimtelijke ordening
De raad van de gemeente Houten stelde op 20 juni 2013 het bestemmingsplan Laagraven-Oudwulverbroek vast. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling behandelde de zaak op 20 mei 2014 en oordeelde dat de raad beleidsvrijheid heeft bij het aanwijzen van bestemmingen, maar dat het plan zorgvuldig en in overeenstemming met het recht moet zijn vastgesteld.
Appellant trok een deel van zijn beroep in, maar betoogde onder meer dat zijn op de gronden aanwezige bunkers ten onrechte niet waren bestemd, dat het plan onterecht tijdelijke opslag van fruitkisten, hooirollen en kuilvoer buiten gebouwen uitsluit, en dat een planregel die het spuiten met gewasbeschermingsmiddelen binnen 50 meter van spuitgevoelige functies verbiedt, onzorgvuldig en rechtsonzeker is. De raad voerde verweer, maar kon niet aannemelijk maken dat het spuitverbod noodzakelijk was en erkende dat de bunkers niet waren onderkend.
De Afdeling oordeelde dat het plan in strijd is met artikel 3:2 Awb Pro voor zover het de bunkers niet bestemde, de tijdelijke opslag uitsluit en het spuitverbod bevat zonder voldoende onderbouwing. Ook de afwijkingsmogelijkheid voor teeltondersteunende voorzieningen bevat een kennelijke verschrijving, maar dit betoog faalt. De Afdeling vernietigde het besluit voor deze onderdelen en gaf de raad de opdracht binnen twintig weken een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde zij de raad tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd en de raad krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen.