ECLI:NL:RVS:2014:3345
Raad van State
- Hoger beroep
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning vleeskalverenhouderij ondanks bezwaren geur- en geluidshinder
Het college van burgemeester en wethouders van Ede verleende op 7 december 2012 een omgevingsvergunning eerste fase voor de oprichting van een vleeskalverenhouderij op een perceel te Lunteren. De appellant, wonende nabij de locatie, stelde beroep in tegen deze vergunning vanwege vermeende onaanvaardbare geur- en geluidshinder.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De appellant voerde onder meer aan dat de aanvraag onvoldoende milieugegevens bevatte, dat de geurbelasting onaanvaardbaar was en dat de geluidshinder hoger was dan door het college aangenomen vanwege een geluidscherm.
De Raad van State oordeelde dat de aanvraag voldeed aan de eisen van de Regeling omgevingsrecht, dat de geurbelasting ruim binnen de wettelijke normen bleef en dat het college terecht rekening hield met het geluidscherm bij de vaststelling van het omgevingsgeluid. Ook de overige aangevoerde gronden, waaronder waardevermindering en milieuaspecten, werden niet ontvankelijk verklaard omdat deze niet eerder bij de rechtbank waren ingebracht.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep, waarmee de vergunning ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de vleeskalverenhouderij wordt bevestigd.