ECLI:NL:RVS:2014:3374
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek ongedaan maken intrekking beroep tegen vergoeding toevoeging
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van de raad voor rechtsbijstand waarin een vergoeding voor een toevoeging werd toegekend. Na het indienen van het beroep trok appellant dit beroep in, maar verzocht vervolgens de intrekking ongedaan te maken. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot ongedaanmaking af.
De Raad van State overwoog dat een intrekking na het verstrijken van de beroepstermijn niet ongedaan kan worden gemaakt, tenzij sprake is van verschoonbare dwaling, dwang of bedrog. Uit de feiten bleek dat appellant ten onrechte dacht dat de raad de toevoeging had ingetrokken, terwijl brieven van de raad duidelijk maakten dat dit niet het geval was. Hierdoor was de dwaling niet verschoonbaar.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.