ECLI:NL:RVS:2014:3384

Raad van State

Datum uitspraak
17 september 2014
Publicatiedatum
17 september 2014
Zaaknummer
201303776/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 3:2 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Hoogland wegens onjuiste bestemming galerijen

De Vereniging van Eigenaars Tarwekamp en anderen hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan Hoogland, vastgesteld door de raad van de gemeente Amersfoort op 15 januari 2013. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat de vier galerijen tussen de verschillende delen van het appartementencomplex Tarwekamp en Tolick niet als zodanig waren bestemd, hetgeen in strijd was met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Afdeling heeft de raad opgedragen het gebrek binnen 26 weken te herstellen. De raad heeft daarop bij besluit van 8 juli 2014 het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De Vereniging en anderen hebben aangegeven zich met dit gewijzigde besluit te kunnen verenigen, waardoor het beroep geacht wordt te zijn ingetrokken voor dit besluit.

De Afdeling verklaart het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond en vernietigt het besluit voor zover de galerijen niet als zodanig zijn bestemd. Tevens wordt de raad verplicht het betaalde griffierecht aan de Vereniging en anderen te vergoeden. Er is geen aanleiding tot vergoeding van overige proceskosten.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestemmingsplan van 15 januari 2013 wordt vernietigd voor zover de galerijen niet als zodanig zijn bestemd.

Uitspraak

201303776/2/R2.
Datum uitspraak: 17 september 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
de vereniging Vereniging van Eigenaars Tarwekamp 1 tot en met 49 en Tolick 1 en 3 te Hoogland en anderen, gevestigd te Hoogland, gemeente Amersfoort,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Amersfoort,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 15 januari 2013, nummer 4259793, heeft de raad het bestemmingsplan "Hoogland" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben de Vereniging en anderen beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 januari 2014, waar de Vereniging en anderen, vertegenwoordigd door mr. E.K.J. Eilander, en de raad, vertegenwoordigd door W.L. Juijn-Dorst, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
Bij tussenuitspraak van 2 april 2014, in zaak nr. 201303776/1/R2, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 15 januari 2013 te herstellen, de Afdeling de uitkomst mede te delen en een eventueel gewijzigd besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Deze tussenuitspraak is aangehecht.
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 8 juli 2014, nummer 4709188, het bestemmingsplan "Hoogland" opnieuw, gewijzigd, vastgesteld.
Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben de Vereniging en anderen een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop het gebrek is hersteld.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.
Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het beroep dat tegen het oorspronkelijke besluit is ingediend van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.
Het besluit van 15 januari 2013
2. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de raad, anders dan hij heeft beoogd, de vier galerijen tussen de verschillende delen van het appartementencomplex Tarwekamp 1 t/m 49 en Tolick 1 en 3 te Hoogland niet geheel als zodanig heeft bestemd. De Afdeling heeft gelet hierop in de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 15 januari 2013, nummer 4259793, in zoverre is genomen in strijd met artikel 3:2 van Pro de Awb.
3. Gelet op de tussenuitspraak is het beroep gegrond. Het besluit van 15 januari 2013, nummer 4259793, dient derhalve te worden vernietigd, voor zover daarin de galerijen tussen de verschillende delen van het appartementencomplex Tarwekamp 1 tot en met 49 en Tolick 1 en 3 te Hoogland niet als zodanig zijn bestemd.
Het besluit van 8 juli 2014
4. Bij besluit van 8 juli 2014, nummer 4709188, heeft de raad het plan opnieuw, zij het gewijzigd, vastgesteld en daarmee het besluit van 15 januari 2013 vervangen. De Afdeling merkt het besluit van 8 juli 2014 aan als besluit als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb. Omdat de Vereniging en anderen belang hebben bij de beoordeling van dit besluit, heeft hun beroep gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb van rechtswege mede betrekking op het besluit van 8 juli 2014.
5. De Vereniging en anderen hebben in de zienswijze te kennen gegeven dat zij zich met het besluit van 8 juli 2014 kunnen verenigen. Gelet hierop moet het van rechtswege ontstane beroep van de Vereniging en anderen geacht worden te zijn ingetrokken.
Slotoverweging
6. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Amersfoort van 15 januari 2013, nummer 4259793, gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Amersfoort van 15 januari 2013, nummer 4259793, voor zover daarin de galerijen tussen de verschillende delen van het appartementencomplex Tarwekamp 1 tot en met 49 en Tolick 1 en 3 te Hoogland niet als zodanig zijn bestemd;
III. gelast dat de raad van de gemeente Amersfoort aan de vereniging Vereniging van Eigenaars Tarwekamp 1 tot en met 49 en Tolick 1 en 3 te Hoogland en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Baaren, griffier.
w.g. Van der Wiel w.g. Van Baaren
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2014
579-803.