ECLI:NL:RVS:2014:3415
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en beoordeling tegemoetkoming planschade na wijziging bestemmingsplan
Appellant heeft een tegemoetkoming in planschade aangevraagd wegens een wijziging in het bestemmingsplan die de bouwmogelijkheden vergrootte en de waarde van zijn woning zou hebben verminderd. Het college kende een bedrag van €5.700 toe, vermeerderd met rente en drempelbedrag. De rechtbank vernietigde het besluit van het college en bepaalde een hogere vergoeding van €7.700.
In hoger beroep betwist appellant diverse aspecten van de vaststelling van de schadevergoeding, zoals de maximale invulling van het planologische regime, de invloed van bouwwerken op privacy en zicht, en de berekening van het normaal maatschappelijk risico. Het college stelde incidenteel beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank.
De Raad van State oordeelt dat het college terecht is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden en dat de rechtbank ten onrechte zelf een schadebedrag heeft vastgesteld zonder deskundige in te schakelen en zonder partijen te horen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover zij het besluit van het college herroept en zelf in de zaak voorziet, maar de rechtsgevolgen van het besluit van 26 maart 2013 blijven in stand. Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het college gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het incidenteel hoger beroep van het college gegrond, waarbij de rechtsgevolgen van het besluit van 26 maart 2013 in stand blijven.