ECLI:NL:RVS:2014:3429
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning voor bouw bedrijfshal en scheepshelling in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw verleende op 18 oktober 2011 een omgevingsvergunning aan appellante sub 2 voor het bouwen van een bedrijfshal, kantoor en scheepshelling op een perceel te Maasbracht. Appellante sub 1 maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante sub 1 gegrond, vernietigde het besluit en beval het college een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de rechtbank onterecht oordeelde dat het bouwplan het bebouwingsoppervlak overschrijdt en dat de scheepshelling onderdeel is van het gebouw. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de scheepshelling bouwkundig en functioneel onlosmakelijk verbonden is met de bedrijfshal en dat het bouwplan als één geheel moet worden beoordeeld, waardoor het bestemmingsplan wordt overschreden.
Daarnaast stelde appellante sub 2 dat de scheepshelling niet in strijd is met de bestemming 'Haven'. De Afdeling bevestigde dat ook dit deel van het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan omdat het een gebouw betreft en niet een ander bouwwerk.
Verder voerde appellante sub 1 aan dat de vergunning in strijd is met artikel 2.7 Wabo omdat ook een vergunningplichtige inrichting wordt gewijzigd. De Afdeling oordeelde dat de inrichting waarvoor een melding is gedaan niet als één inrichting met de andere bedrijven kan worden beschouwd vanwege het ontbreken van technische, organisatorische en functionele bindingen. Hierdoor is geen aanvullende vergunning vereist.
De Afdeling verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart de hoger beroepen ongegrond.