ECLI:NL:RVS:2014:3431
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering herziening bouwvergunning dakopbouw
Appellant verzocht het college om herziening van het besluit tot weigering van een bouwvergunning voor een dakopbouw op zijn perceel. Het college weigerde dit verzoek bij besluit van 31 juli 2012 en verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 augustus 2013. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Appellant stelde schade te hebben geleden omdat hij opdrachten had afgezet op basis van een toezegging van een ambtenaar en pas vijf jaar later van de dakopbouw kon genieten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk schade had geleden als gevolg van het besluit van 8 augustus 2013. Omdat appellant inmiddels in het bezit was gesteld van de gewenste bouwvergunning en geen ander belang had bij een oordeel over de rechtmatigheid van het besluit, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 17 september 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.