ECLI:NL:RVS:2014:3437
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kindgebonden budget wegens ontbreken rechtmatig verblijf
De Belastingdienst/Toeslagen wees de aanvraag van appellant om een kindgebonden budget voor 2012 af omdat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland heeft en geen kinderbijslag ontvangt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat appellant in hoger beroep aanvocht met verwijzing naar kinderrechten en het EVRM.
De Raad van State oordeelde dat het kindgebonden budget een financiële bijdrage is aan de ouder, niet aan het kind zelf, en dat het non-discriminatiebeginsel van het IVRK en EVRM niet rechtstreeks een aanspraak op het budget creëren. Het belang van het kind moet wel worden betrokken, maar de toets is terughoudend en het bestuursorgaan heeft dit voldoende gedaan.
Appellant voerde ook aan dat het koppelingsbeginsel disproportioneel is en dat het weigeren van het budget haar en haar Nederlandse dochter dwingt Nederland te verlaten, in strijd met artikel 20 VWEU Pro. De Raad van State bevestigde dat het koppelingsbeginsel een redelijke rechtvaardiging is en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij en haar dochter daardoor gedwongen worden te vertrekken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het kindgebonden budget bevestigd.