ECLI:NL:RVS:2014:3473
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing beroep op vergoeding planschade Westerscheldetunnel
Bij afzonderlijke besluiten van 14 oktober 2011 wees het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen aanvragen van een vennootschap onder firma en Britt Horeca B.V. af voor vergoeding van planschade als gevolg van de aanleg van de Westerscheldetunnel en opheffing van de autoveerdienst. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de besluiten, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigt deze uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van de besluiten in stand bleven.
De Afdeling oordeelt dat het college de schadevergoeding op juiste wijze heeft berekend, met inachtneming van een peildatum van 3 april 1997, en dat de adviezen van een deskundige (Taxatie- en Advieskantoor Rijk) voldoende betrouwbaar zijn. De Afdeling wijst de beroepen tegen de besluiten van 18 maart 2014, waarin het college een vergoeding toekende, ongegrond.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht. De zaak betreft de gevolgen van de planologische besluiten voor de exploitanten van een benzinestation en een cafetaria nabij de voormalige veerdienst, die door de tunnel en opheffing van de veerdienst inkomens- en vermogensschade leden.
Uitkomst: De beroepen tegen de besluiten tot vergoeding van planschade worden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.