ECLI:NL:RVS:2014:3489
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek bouwkundige staat woning Zaandam
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad wees het verzoek van appellant af om handhavend op te treden tegen de bouwkundige staat van een woning aan een locatie in Zaandam. Dit verzoek betrof de fundering van de woning, waarvan uit onderzoek tussen 1999 en 2001 bleek dat herstel binnen tien jaar noodzakelijk was. Appellant stelde dat het college in strijd handelde met de Woningwet, het Bouwbesluit en de beleidsrichtlijn toezicht en handhaving funderingen door niet op te treden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het college geen actuele overtreding kon vaststellen waarop handhaving gebaseerd kon worden. Visueel onderzoek in 2012 toonde slechts kleine scheurvorming zonder veiligheidsrisico. Het college kon niet handhavend optreden op basis van oud onderzoek, mede omdat de situatie ter plaatse was gewijzigd door funderingsherstel van een deel van het bouwblok.
Appellant trok ter zitting haar betoog in dat de rechtbank stukken ten onrechte buiten beschouwing had gelaten. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optreden weigerde, dat de beleidsrichtlijn correct werd toegepast en dat geen bijzondere omstandigheden bestonden die handhaving rechtvaardigden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.