ECLI:NL:RVS:2014:3493
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar inzake Wob-verzoek wachtgelden
Appellant verzocht het college om openbaarmaking van documenten over wachtgelden aan oud-bestuurders en oud-raadsleden. Het college verstrekte gedeeltelijk informatie en verklaarde het bezwaar van appellant tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege een vermeende discrepantie tussen de handtekeningen op het verzoek en de machtiging.
De rechtbank bevestigde deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat appellant zelf de discrepantie had veroorzaakt en dat het college geen herstelmogelijkheid hoefde te bieden. Tevens oordeelde de rechtbank dat het college geen hoorzitting hoefde te houden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het college naliet om appellant de gelegenheid te geven de discrepantie te verklaren en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college en gelastte het college binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.