ECLI:NL:RVS:2014:350
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens ontbreken bewijs van nationaliteit en identiteit
Appellante verzocht om het Nederlanderschap, maar haar verzoek werd op 5 oktober 2010 door de minister van Justitie afgewezen wegens het ontbreken van gelegaliseerde geboorteakte en geldig buitenlands reisdocument. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij in bewijsnood verkeerde omdat zij destijds een asielaanvraag had gedaan en geen identiteitsdocumenten bezat, en dat zij meerdere pogingen had gedaan om de benodigde documenten via de ambassade van Mauritanië te verkrijgen. De Raad van State oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar asielaanvraag een beletsel vormde om zich tot de Mauritaanse autoriteiten te wenden. Ook ontbrak bewijs dat zij daadwerkelijk alle mogelijke stappen had ondernomen om de documenten te verkrijgen, zoals het inschakelen van een professionele derde.
De Raad van State concludeerde dat appellante niet had aangetoond dat zij in bewijsnood verkeerde en bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt bevestigd.