ECLI:NL:RVS:2014:3580
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs wegens niet-medewerking aan educatieve maatregel
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig omdat hij niet op het verplichte voorgesprek van de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) verscheen. Appellant stelde dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had dat hij een nieuwe oproeping zou ontvangen en daarom niet hoefde te verschijnen. Hij wees op een telefonisch contact met het CBR waarin hem dit zou zijn toegezegd.
De rechtbank oordeelde dat het CBR terecht het rijbewijs ongeldig had verklaard omdat appellant niet had meegewerkt aan de EMG. De Raad van State bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant geen concrete, ondubbelzinnige toezegging had ontvangen die hem gerechtvaardigd vertrouwen kon geven dat hij niet hoefde te verschijnen. Het CBR had slechts toegezegd een nieuwe oproeping te sturen indien de eerdere foutief was, wat niet het geval was.
De Raad van State verklaarde het incidenteel hoger beroep van het CBR gegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens niet-medewerking aan de educatieve maatregel wordt bevestigd.