ECLI:NL:RVS:2014:3628
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitstel van vertrek op grond van medische opname bij vreemdeling
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar tegen het beëindigen van uitstel van vertrek na ziekenhuisopname ongegrond verklaarde. De vreemdeling had op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 uitstel van vertrek gekregen vanwege een ziekenhuisopname.
De vreemdeling stelde dat het beleid om het uitstel van vertrek automatisch te laten eindigen bij het beëindigen van de opname onredelijk is, omdat hij vaak pas kort voor ontslag wordt geïnformeerd en daardoor niet tijdig een nieuwe aanvraag kan indienen, wat leidt tot een verblijfsgat. De staatssecretaris erkende dat een verblijfsgat kan ontstaan, maar stelde dat dit inherent is aan het beleid en de wet.
De Afdeling oordeelde dat het beleid niet voorziet in een adequate voorziening om verblijfsgaten te voorkomen en dat dit onjuist is. Echter, in deze zaak was het uitstel van vertrek niet geëindigd door het ontslag, maar door het verstrijken van de maximale termijn. De vreemdeling had bovendien na een nieuwe opname tijdig een nieuwe aanvraag ingediend, zodat niet aannemelijk was dat een verblijfsgat was ontstaan.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met verbetering van de motieven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.