ECLI:NL:RVS:2014:3665
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering
De vreemdeling was op 4 augustus 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde dat de rechtbank niet had geoordeeld over de door de vreemdeling aangevoerde gemotiveerde beroepsgronden die zij op 11 augustus 2014 had ingediend. Tevens had de rechtbank nagelaten te beoordelen of de staatssecretaris een lichter middel had kunnen toepassen. Hierdoor was de uitspraak van de rechtbank in strijd met artikel 8:69, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht tot stand gekomen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en wees de zaak terug voor herbehandeling. Tevens stelde zij de proceskosten in hoger beroep vast op € 487,00 en bepaalde dat de rechtbank over de vergoeding van deze kosten beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen.