ECLI:NL:RVS:2014:369
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Toegangsweigering en vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling bevestigd door Raad van State
De vreemdeling werd op 6 november 2013 de toegang tot Nederland geweigerd en kreeg een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de toegangsweigering niet-ontvankelijk en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank het beroep tegen de toegangsweigering inhoudelijk had moeten behandelen omdat de vrijheidsontnemende maatregel op het moment van beroep nog van kracht was. De Raad vernietigt daarom dit deel van de uitspraak en verklaart het beroep tegen de toegangsweigering alsnog ongegrond.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank over de vrijheidsontnemende maatregel en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De Raad overweegt dat de weigering van toegang niet in strijd is met het Unierecht en dat er geen aanleiding is voor prejudiciële vragen. De procedurekostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de toegangsweigering wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel bevestigd; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.