201403107/1/A3.
Datum uitspraak: 15 oktober 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant A], wonend te Haarsteeg, gemeente Heusden, [appellant B], wonend te Elshout, gemeente Heusden, en [appellant C], wonend te ’s-Hertogenbosch (hierna: [appellant] en anderen),
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 5 maart 2014 in zaak nr. 13/5391 in het geding tussen:
[appellant] en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Heusden.
Procesverloop
Bij besluit van 7 maart 2013 heeft het college een huisnummer ingetrokken.
Bij besluit van 15 oktober 2013 heeft het college het door [appellant] en anderen daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 7 maart 2013 herroepen en het huisnummer gehandhaafd.
Bij mondelinge uitspraak van 5 maart 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het proces-verbaal van deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 oktober 2014, waar het college, vertegenwoordigd door E. Gronnak-Beset, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.
Overwegingen
1. Anders dan het college in het verweerschrift betoogt, hebben [appellant] en anderen belang bij het hoger beroep, nu dat is gelegen in een beoordeling van het oordeel van de rechtbank dat [appellant] en anderen geen belang hebben bij het beroep.
2. [appellant] en anderen betogen dat het college ten onrechte een last onder bestuursdwang heeft opgelegd en dat de gemeenteraad de minister van Infrastructuur en Milieu op grond van een vals dossier heeft aangezet tot een onteigeningsprocedure.
3. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank overwogen dat [appellant] en anderen geen belang bij het beroep hebben, omdat het hun voor ogen staande doel met het ingestelde rechtsmiddel niet kan worden bereikt. De Afdeling overweegt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat [appellant] en anderen geen belang hebben bij het beroep. Bij het besluit van 15 oktober 2013 is het college geheel aan de bezwaren van [appellant] en anderen tegemoetgekomen en heeft het het huisnummer gehandhaafd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de vraag of het college alsnog uitvoering dient te geven aan een verleende bouwvergunning of dat het college werkzaamheden dient te verrichten, in deze procedure niet ter beoordeling voorligt. Hetgeen [appellant] en anderen in hoger beroep betogen, ligt evenmin in deze procedure ter beoordeling voor. Het aangevoerde geeft derhalve geen aanleiding om de uitspraak te vernietigen.
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, griffier.
w.g. Borman w.g. De Vries
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2014
582-819.