ECLI:NL:RVS:2014:3759
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister inzake inschrijving en Uitwijklijst tolk Nederlands-Farsi en Dari
De minister van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van de wederpartij tot inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) en plaatsing op de Uitwijklijst als tolk Nederlands-Farsi (Iran) en Dari af. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en bepaalde dat de minister de aanvraag aan de commissie beëdigde tolken en vertalers moest voorleggen.
De minister ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat de rechtbank ten onrechte de vaste gedragslijn inzake ervaringsvereisten niet had erkend, dat Farsi (Iran) en Dari als twee verschillende talen moesten worden beschouwd en dat de wederpartij onvoldoende had aangetoond dat hij de talen op het vereiste hbo-niveau beheerst.
De Raad van State oordeelde dat de minister de vaste gedragslijn over het ervaringsvereiste mocht hanteren, maar dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de inschrijving in het Rbtv automatisch betekende dat de wederpartij het Farsi op C1-niveau beheerst. De Afdeling bevestigde dat Farsi (Iran) en Dari als aparte talen gelden en dat de wederpartij onvoldoende bewijs had geleverd van het vereiste taalniveau en ervaringsuren. Wel stelde de Afdeling vast dat de wederpartij voldoet aan de voorwaarden voor plaatsing op de Uitwijklijst voor het Nederlands-Farsi (Iran). Daarom vernietigde de Afdeling het bestreden besluit voor zover het betrekking heeft op de plaatsing op de Uitwijklijst en bepaalde dat de minister de wederpartij binnen zes weken op deze lijst moet plaatsen.
De Afdeling veroordeelde de minister tevens tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: De minister moet de wederpartij binnen zes weken als tolk Nederlands-Farsi (Iran) op de Uitwijklijst plaatsen.