ECLI:NL:RVS:2014:3762
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling verzoek handhaving compensatievlucht KLM
De zaak betreft een verzoek van appellante aan de staatssecretaris om handhavend op te treden tegen KLM wegens het nalaten van compensatiebetaling na een vluchtvertraging op 17 oktober 2011. De staatssecretaris stelde het verzoek buiten behandeling omdat onvoldoende bewijs van een bevestigde boeking was overgelegd, ondanks de mogelijkheid tot aanvulling van het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht van appellante mocht verlangen dat zij haar ticket, boarding pass en bevestiging van de boeking zou overleggen. Appellante had deze bewijsstukken niet geleverd, waardoor het verzoek terecht buiten behandeling werd gesteld. Appellante voerde aan dat handhaving ook het algemeen belang dient en dat de staatssecretaris niet om deze bewijsstukken mocht vragen, en dat zij e-mailberichten had overgelegd waaruit een bevestiging van de boeking zou blijken.
De Raad van State volgde appellante niet. De e-mailberichten vormden onvoldoende bewijs dat de boeking was aanvaard en geregistreerd door KLM. De staatssecretaris mocht van appellante verlangen dat zij het essentiële bewijs leverde om de toepasselijkheid van de Verordening vast te stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om handhaving wordt terecht buiten behandeling gesteld wegens ontbreken van bewijs van boeking.