ECLI:NL:RVS:2014:3763
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E. Helder
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijzigingsplan Buitengebied Asten wegens onvoldoende vastlegging diersoort
Het college van burgemeester en wethouders van Asten stelde op 11 juni 2013 het wijzigingsplan 'Buitengebied Asten 2008, wijziging locatie' vast, dat een vormverandering van een agrarisch bouwblok mogelijk maakt zonder uitbreiding van de oppervlakte. Appellanten voerden aan dat het plan in strijd is met de provinciale Verordening ruimte 2012 en onvoldoende rekening houdt met milieutechnische en ruimtelijke belangen, waaronder het leefgebied van kwetsbare soorten en geurbelasting.
De Afdeling oordeelde dat de vormverandering binnen het bouwblok een duurzame locatie betreft en dat het college terecht geen toetsing aan de provinciale handleiding voor duurzame locaties hoefde uit te voeren. De geurbelasting op de minicamping en trekkershutten van appellant werd als aanvaardbaar beoordeeld, mede omdat deze voorzieningen deel uitmaken van de veehouderij en voldoen aan de afstandsnorm uit de Wet geurhinder en veehouderij.
Ten aanzien van de Natura 2000-gebieden concludeerde de Afdeling dat geen passende beoordeling vereist is, omdat het plan geen significante gevolgen heeft voor het gebied. Wel werd geoordeeld dat het wijzigingsplan niet planologisch vastlegt dat uitsluitend varkens mogen worden gehouden, waardoor de mogelijkheid bestaat dat andere diersoorten met hogere ammoniakemissies worden gehouden. Dit leidt tot strijd met artikel 19j van de Natuurbeschermingswet 1998 en tot vernietiging van het besluit voor zover deze vastlegging ontbreekt.
De Afdeling voorziet zelf in de zaak door de beperking tot varkenshouderij op te leggen en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het wijzigingsplan wordt vernietigd voor zover niet is vastgelegd dat uitsluitend varkens mogen worden gehouden, met toevoeging van die beperking.