ECLI:NL:RVS:2014:3803
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- S.F.M. Wortmann
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit invordering dwangsommen wegens onterechte verbeurde dwangsommen
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht had aan appellant een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van vergunningvoorschriften verbonden aan een milieuvergunning voor een diervoederproductie-inrichting. Het college besloot tot invordering van € 40.000 aan dwangsommen omdat appellant niet tijdig aan de last had voldaan.
Appellant stelde dat de begunstigingstermijn door een voorlopige voorziening van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak met terugwerkende kracht was verlengd, waardoor in de periode waarin dwangsommen waren verbeurd geen sprake was van overtreding. De rechtbank verwierp dit betoog, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde appellant in het gelijk.
De Afdeling oordeelde dat de voorlopige voorziening inderdaad terugwerkte tot het einde van de oorspronkelijke begunstigingstermijn, waardoor de dwangsommen ten onrechte waren verbeurd. Het besluit tot invordering werd daarom vernietigd, evenals de uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond had verklaard. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot invordering van dwangsommen wordt vernietigd omdat de begunstigingstermijn door een voorlopige voorziening met terugwerkende kracht was verlengd.