ECLI:NL:RVS:2014:3806
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Th.G. Drupsteen
- M.A.A. Mondt-Schouten
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Raad van State wijst gebreken aan in bestemmingsplan Scheveningen Haven en draagt herstel op
De Raad van State heeft op 22 oktober 2014 een tussenuitspraak gedaan over het bestemmingsplan "Scheveningen Haven" vastgesteld door de gemeente Den Haag op 28 november 2013. Diverse appellanten, waaronder bewoners, bedrijven en verenigingen, hadden beroep ingesteld tegen onderdelen van het plan.
De Afdeling bestuursrechtspraak toetste het plan terughoudend aan de redelijkheid en de goede ruimtelijke ordening. Zij oordeelde dat de gemeente in een aantal gevallen niet met de vereiste zorgvuldigheid had gehandeld, bijvoorbeeld bij de vaststelling van wijzigingsgebieden voor tramtracés, de aanduiding van bedrijfsactiviteiten, en de toekenning van horeca-categorieën. Ook was sprake van onvoldoende motivering bij de vaststelling van bouwhoogtes en verkeersvoorzieningen.
De Raad van State droeg de gemeente op om binnen 16 weken de geconstateerde gebreken te herstellen door het plan op genoemde punten te wijzigen of nader te motiveren. De Afdeling wees verzoeken van de gemeente om zelf in de zaak te voorzien af vanwege mogelijke belangen van derden en onvoldoende onderbouwing. Andere beroepsgronden werden afgewezen, waarbij de Afdeling onder meer oordeelde dat de belangenafweging van de gemeente zorgvuldig was en dat de hogere waarden voor geluidbelasting rechtsgeldig waren vastgesteld.
Uitkomst: De Raad van State draagt de gemeente Den Haag op binnen 16 weken de gebreken in het bestemmingsplan Scheveningen Haven te herstellen.