ECLI:NL:RVS:2014:3810
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijke lidstaat voor asielaanvraag op grond van Dublinverordening
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 17 september 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij werd vastgesteld dat Noorwegen verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag op grond van artikel 9, vierde lid, van de Dublinverordening.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de vreemdeling zich met een Noors visum toegang tot Nederland had verschaft, waardoor volgens de Dublinverordening Noorwegen als verantwoordelijke lidstaat moest worden aangemerkt. De Raad van State overwoog dat een asielzoeker in een dergelijke procedure niet kan opkomen tegen de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat, tenzij sprake is van ernstige tekortkomingen in de asielprocedure of opvangvoorzieningen in die lidstaat.
De Raad van State stelde vast dat Noorwegen het overnameverzoek had aanvaard en dat de vreemdeling geen feiten had aangevoerd die wezen op ernstige risico's op onmenselijke of vernederende behandeling in Noorwegen. Daarom kon de vreemdeling niet tegen de vaststelling van Noorwegen als verantwoordelijke lidstaat opkomen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en Noorwegen blijft verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag.