ECLI:NL:RVS:2014:3831
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij geschil over overschrijding hoogte woonboot in Amsterdam
Bij besluit van 28 september 2011 werd aan verzoeker opgelegd om binnen zes weken de overschrijding van de maximaal toegestane hoogte van zijn woonboot in Amsterdam te beëindigen, onder dreiging van een dwangsom van €10.000. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank Amsterdam de termijn voor naleving van deze last vast op zes maanden. Verzoeker stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek en oordeelde dat de uitvoering van de last een ingewikkelde en kostbare operatie betreft met mogelijk onomkeerbare gevolgen voor de woonboot. De belangen van verzoeker om nog niet aan de last te hoeven voldoen wegen zwaarder dan het belang van het algemeen bestuur om de overtreding direct ongedaan te maken.
Daarom werd de uitspraak van de rechtbank geschorst totdat de Afdeling in de bodemprocedure uitspraak doet. Tevens werd het algemeen bestuur veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker. De voorlopige voorziening heeft een tijdelijk karakter en bindt niet in de bodemprocedure.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt geschorst totdat de Afdeling bestuursrechtspraak in de bodemprocedure uitspraak doet.