ECLI:NL:RVS:2014:3849
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2010 na bezwaar en beroep
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2010 ongegrond verklaarde. De Belastingdienst had het voorschot op nihil vastgesteld omdat appellante niet had aangetoond dat zij daadwerkelijk kosten voor kinderopvang had gemaakt.
Appellante stelde dat zij met bankafschriften en kwitanties had aangetoond dat zij kosten had betaald, en dat het onredelijk was het voorschot op nihil te stellen. De Raad van State overwoog dat het bedrag aan kosten niet hoger was dan het toegekende voorschot en dat de kwitanties achteraf waren opgemaakt, waardoor niet was aangetoond dat het verschil was betaald.
Daarnaast is van belang dat kinderopvang op basis van een schriftelijke overeenkomst moet plaatsvinden. De Belastingdienst baseert de toeslag op deze afspraken en is bereid de toeslag aan te passen bij gewijzigde afspraken. Appellante had een jaaroverzicht overgelegd dat niet overeenkwam met de betaalde kosten, wat erop wijst dat de opvang niet volledig op basis van een overeenkomst heeft plaatsgevonden.
Gelet hierop is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.