ECLI:NL:RVS:2014:3850
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R. Uylenburg
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en hernieuwde beslissing omgevingsvergunning bouw kantoorgebouw te Sliedrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Sliedrecht verleende op 11 oktober 2011 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een kantoorgebouw op een perceel te Sliedrecht. Tegen dit besluit maakte een omwonende bezwaar, dat door het college op 1 mei 2012 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Rotterdam stelde in een tussenuitspraak van 27 juni 2013 een motiveringsgebrek vast en gaf het college gelegenheid dit te herstellen. In haar uitspraak van 24 december 2013 verklaarde de rechtbank het bezwaar gegrond, vernietigde het besluit van 1 mei 2012 en herroept het primaire besluit van 11 oktober 2011.
Het geschil betrof onder meer de bezonningseffecten van het bouwplan op de tuin van de omwonende. Twee deskundigenrapporten verschilden aanzienlijk in hun conclusies over de schaduwwerking. De rechtbank achtte het rapport van Agro Expertisebureau overtuigender en concludeerde dat het college het besluit onvoldoende had gemotiveerd. Het college stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte het primaire besluit had herroepen en dat het bouwplan geen significante schaduwtoename veroorzaakte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het motiveringsgebrek had vastgesteld en dat het college onvoldoende had onderbouwd dat de afname van zonlicht niet significant was. Wel stelde de Afdeling vast dat de rechtbank onterecht het primaire besluit had herroepen, omdat het college nog de mogelijkheid moet krijgen om het bezwaar opnieuw te beoordelen met een juiste motivering. De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin het primaire besluit werd herroepen en bepaalde dat het college opnieuw op het bezwaar moet besluiten, met de mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het primaire besluit wordt niet herroepen en het college moet opnieuw besluiten op het bezwaar met een deugdelijke motivering.