ECLI:NL:RVS:2014:3858
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- W. Sorgdrager
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende motivering door staatssecretaris
Afvalverwerking Stainkoeln B.V. kreeg op 27 september 2013 van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 18, eerste lid, van het Besluit bodemkwaliteit. Deze overtreding betrof een partijkeuring die niet volgens de geldende normdocumenten was uitgevoerd. Stainkoeln stelde dat de staatssecretaris niet het bevoegde gezag was en dat zij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat de keuring door een derde was uitgevoerd.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel bevoegd was en dat Stainkoeln als normadressaat kon worden aangemerkt. De inhoudelijke bezwaren over de uitleg van het begrip 'partij' en de uitvoering van de keuring faalden. Wel stelde de Afdeling vast dat het besluit onvoldoende inzicht gaf in de toepassing van de sanctiestrategie, waardoor niet duidelijk was waarom een last onder dwangsom werd opgelegd in plaats van een waarschuwing.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.