ECLI:NL:RVS:2014:3874
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor illegale tewerkstelling van vreemdeling in restaurant
De minister legde de vennootschap een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder vergunning arbeid verrichtte in het restaurant van de vennootschap.
De vennootschap betwistte de overtreding en voerde aan dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd dat de vreemdeling daadwerkelijk arbeid had verricht. De rechtbank oordeelde dat de minister wel aan zijn bewijslast had voldaan op basis van verklaringen van inspecteurs en een hoofdagent, ondersteund door het boeterapport, ondanks tegenstrijdige verklaringen van de vreemdeling.
De Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Raad vond dat de minister de verklaringen van de vreemdeling, die onder meer een valse identiteit gebruikte en slecht Nederlands sprak, terecht mocht vertrouwen omdat deze verklaringen waren afgelegd met behulp van een tolk en zonder dwang. Ook was de vennootschap voldoende in de gelegenheid gesteld zich te verdedigen.
De Raad concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en wees het hoger beroep af, waarmee de uitspraak van de rechtbank ongewijzigd bleef.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €8.000 wegens illegale tewerkstelling van een vreemdeling zonder vergunning.