ECLI:NL:RVS:2014:3882
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende bewijs betaling gastouder
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 herzien en vastgesteld op €3.916,00. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij kosten voor kinderopvang had gemaakt.
Appellant voerde aan dat hij onjuiste verklaringen had afgelegd door de lange procedureduur en dat de Belastingdienst onvoldoende onderzoek had gedaan. De Raad van State overwoog dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen de ontvanger van toeslag moet aantonen dat hij kosten heeft gemaakt en de hoogte daarvan kan onderbouwen.
De Raad constateerde dat appellant wisselende en tegenstrijdige verklaringen had gegeven en dat het niet aannemelijk was dat hij de gastouder contant had betaald. Daarom was de herziening van de toeslag door de Belastingdienst terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.