ECLI:NL:RVS:2014:39
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bescherming in Armenië
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning voor asiel, welke door de minister voor Immigratie en Asiel op 16 januari 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de vreemdeling terecht stelde dat het vragen van bescherming tegen een criminele en invloedrijke zakenman in Armenië gevaarlijk of zinloos zou zijn. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris dit standpunt onvoldoende had gemotiveerd en dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat bescherming vragen gevaarlijk of zinloos was.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdeling aannemelijk had gemaakt dat het vragen van bescherming gevaarlijk of zinloos was. De ambtsberichten en jurisprudentie wezen uit dat in het algemeen bescherming door Armeense autoriteiten wordt geboden en dat de vreemdeling zelf nooit bescherming had gevraagd. Het beroep van de staatssecretaris werd daarom gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Daarnaast faalde het betoog van de vreemdeling dat onderzoek naar zijn psychische gesteldheid had moeten plaatsvinden, omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij ten tijde van het medisch stuk onder behandeling stond. Andere beroepsgronden werden buiten beschouwing gelaten omdat deze in hoger beroep niet waren aangevoerd.
De Afdeling sprak het vonnis uit op 9 januari 2014 en wees geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt gehandhaafd.