ECLI:NL:RVS:2014:3928
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen niet-behandelde ingebrekestelling
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van een ingebrekestelling door de minister van Veiligheid en Justitie kennelijk niet-ontvankelijk werd verklaard.
Appellant had de minister op 22 juni 2012 in gebreke gesteld vanwege het niet tijdig beslissen op een verzoek. De minister liet de ingebrekestelling bij brief van 24 juli 2012 buiten behandeling en verklaarde bij besluit van 10 april 2013 het bezwaar kennelijk ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit en verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk, omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt deze uitspraak. De ingebrekestelling is geen aanvraag en de reactie daarop geen besluit als bedoeld in artikel 1:3 Awb Pro. Hierdoor is bezwaar en beroep niet mogelijk. De rechtsmiddelenclausule in de brief doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.