ECLI:NL:RVS:2014:3956
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor illegale omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan appellante een bestuurlijke boete van €12.500 op wegens het zonder vergunning omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte. Appellante voerde aan dat zij in opdracht van haar werkgever handelde en niet als overtreder kon worden aangemerkt. De rechtbank verwierp dit verweer omdat zij de woning huurde en doorverhuurde onder haar eenmanszaak en de huurbetalingen aan haar werden gedaan.
Appellante stelde tevens dat de boete disproportioneel was vanwege haar financiële situatie en het ontbreken van financieel gewin uit de verhuur. De rechtbank oordeelde dat de financiële situatie onvoldoende was onderbouwd met objectieve stukken en dat de boete conform de Huisvestingsverordening en het evenredigheidsbeginsel was opgelegd.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien tot een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €12.500 voor het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte.