ECLI:NL:RVS:2014:3958
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Herroeping CBR-besluit rijgeschiktheid na onrechtmatig ademonderzoek
Het CBR legde appellant op 4 april 2013 een onderzoek naar rijgeschiktheid op en schorste zijn rijbewijs op basis van een ademalcoholgehalte van 825 µg/l vastgesteld op 16 maart 2013. Het CBR handhaafde dit besluit na bezwaar en de voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat het ademonderzoek niet volgens de wettelijke voorschriften was uitgevoerd, omdat het pas bij de zesde blaaspoging een meetresultaat opleverde, terwijl de eerste vijf pogingen niet voldeden aan de vereiste procedure. Het Gerechtshof Arnhem sprak appellant vrij in een strafzaak vanwege het ontbreken van een rechtsgeldig onderzoek.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR het resultaat van het onrechtmatige ademonderzoek niet aan het besluit mocht ten grondslag leggen. De wettelijke procedure van het ademonderzoek, zoals neergelegd in het Besluit alcoholonderzoeken, moest volledig worden nageleefd. Het CBR had de procedure voor bloedonderzoek moeten volgen, wat niet was gebeurd.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van het CBR van 4 april 2013 herroepen en het besluit van 29 augustus 2013 vernietigd. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot schorsing van het rijbewijs is herroepen wegens onrechtmatig ademonderzoek.