ECLI:NL:RVS:2014:3982
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving briefadres wegens onvoldoende inzicht verblijfplaatsen
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Almere om inschrijving op een briefadres, welke werd geweigerd op grond van onvoldoende inzicht in zijn feitelijke verblijfplaatsen. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar, waarna de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaarde.
Appellant stelde dat hij dakloos was en niet kon voldoen aan de eis om een woonadres aan te geven, en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn verblijfplaatsen. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet gba) vereist dat gegevens in de basisadministratie betrouwbaar zijn en dat een briefadres slechts kan worden toegekend als het woonadres ontbreekt. Het college had appellant voldoende gelegenheid gegeven om zijn verblijfplaatsen te specificeren, maar appellant had dit niet tijdig en concreet gedaan.
De Afdeling concludeert dat het college terecht heeft geoordeeld dat appellant geen recht heeft op een briefadres vanwege het ontbreken van voldoende inzicht in zijn verblijfplaatsen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot inschrijving op het briefadres bevestigd.