ECLI:NL:RVS:2014:4072
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit verblijfsvergunning wegens onjuiste hoofdverblijfvaststelling
De staatssecretaris heeft bij besluit van 27 maart 2013 de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken, omdat hij zijn hoofdverblijf buiten Nederland zou hebben gevestigd. De vreemdeling verbleef meer dan zes maanden aaneengesloten in Portugal vanwege een voltijdstudie.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat het verblijf van meer dan zes maanden buiten Nederland automatisch betekende dat het hoofdverblijf was verplaatst, zeker gezien de studiecontext.
De Raad van State vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige en feitelijke motivering bij intrekking van verblijfsvergunningen op grond van hoofdverblijf.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering dat het hoofdverblijf buiten Nederland is gevestigd.