ECLI:NL:RVS:2014:4089
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring omtrent het gedrag voor functie buitenschoolse opvang
De staatssecretaris weigerde op 1 augustus 2013 de aanvraag van appellante voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) vanwege drie geregistreerde diefstalincidenten binnen de vierjarige terugkijktermijn. Deze beslissing werd door de rechtbank Noord-Holland op 11 maart 2014 bevestigd, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het objectieve criterium van de beleidsregels VOG-NP-RP 2013 correct was toegepast. De geregistreerde feiten vormen een belemmering voor de uitoefening van de functie van leidster buitenschoolse opvang, gezien het risicogebied 'personen' en de voorbeeldfunctie ten opzichte van minderjarigen. Het feit dat de diefstallen niet tijdens het werk zijn gepleegd, doet hieraan niet af.
Appellante voerde aan dat er geen actueel risico op herhaling bestaat en dat haar persoonlijke omstandigheden, waaronder het behalen van een diploma en een positieve beoordeling van de leidinggevende, onvoldoende zijn meegewogen. De Afdeling stelde echter dat het belang van de samenleving zwaarder weegt dan dat van appellante, mede vanwege het aantal antecedenten en het korte tijdsverloop sinds het laatste feit.
De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris de belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt en dat de rechtbank de weigering van de VOG terecht heeft bevestigd. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG-aanvraag vanwege het risico voor de samenleving.