ECLI:NL:RVS:2014:4110
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake weigering verblijfsvergunning vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat opnieuw ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris niet voldoende motivering had gegeven voor het toekennen van doorslaggevende waarde aan het niet-rechtmatige verblijf van de vreemdeling. De staatssecretaris had een belangenafweging gemaakt waarbij rekening was gehouden met het feit dat de vreemdeling zonder geldige machtiging tot voorlopig verblijf Nederland was binnengekomen en illegaal verbleef.
De Afdeling overwoog dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) bepaalt dat verwijdering in gevallen waarin het verblijf van de vreemdeling van meet af aan precair was, slechts in uitzonderlijke omstandigheden een schending van artikel 8 EVRM Pro oplevert. Gezien de omstandigheden was de belangenafweging van de staatssecretaris niet onredelijk. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.