ECLI:NL:RVS:2014:4153
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlof voor het voorhanden hebben van wapens wegens psychische gesteldheid
Appellant verzocht om verlenging van een verlof voor het voorhanden hebben van wapens en munitie, maar de korpschef van de politieregio Limburg-Zuid weigerde dit verlof op grond van twijfels over de psychische gesteldheid van appellant. De staatssecretaris verklaarde het administratief beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond en ook de rechtbank Limburg wees het beroep af.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat de Circulaire 2013 ten onrechte werd toegepast, dat zijn aanvraag onterecht niet als verlenging werd gekwalificeerd, dat de korpschef niet objectief was en dat onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal werd gebruikt. Tevens stelde appellant dat de psychiater als deskundige had moeten worden gehoord.
De Raad van State overwoog dat de Circulaire 2013 ten tijde van het bestreden besluit reeds van toepassing was en dat de korpschef terecht twijfels had over de betrouwbaarheid van appellant vanwege zijn psychische gesteldheid, waaronder een burn-out in 2005 en gedragingen die duiden op paranoïde gemoedstoestand. De Raad verwierp de bezwaren van appellant over onrechtmatigheid en onderzoeksplicht en bevestigde dat appellant de bewijslast draagt voor het aantonen dat het verlof verantwoord is.
Het verzoek tot verwijdering van registraties en tot schadevergoeding werd afgewezen. De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het verlof bevestigd.