ECLI:NL:RVS:2014:4178
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.J. van Ettekoven
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak inzake verval octrooi en herstelverzoek Pharmacosmos
Pharmacosmos heeft bezwaar gemaakt tegen het verval van haar Europese octrooi en verzocht om herstel in de vorige toestand op grond van artikel 23 van Pro de Rijksoctrooiwet 1995. NL Octrooicentrum wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde de beroepen van Pharmacosmos ongegrond en bevestigde dat het verval van een octrooi een van rechtswege ontstane situatie is en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In hoger beroep betoogde Pharmacosmos dat het verval wel een besluit is en dat de termijn voor het herstelverzoek pas begint te lopen vanaf het moment dat zij bekend werd met het verval. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze stellingen en bevestigde dat het verval automatisch intreedt bij het niet tijdig betalen van de jaartaksen en dat de termijn voor het herstelverzoek strikt is, zonder dat bekendheid met het verval de termijn beïnvloedt.
Verder oordeelde de Afdeling dat correctie van het octrooiregister een feitelijke handeling betreft waartegen geen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat, zodat alleen de burgerlijke rechter bevoegd is om hierover te oordelen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Pharmacosmos wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.