ECLI:NL:RVS:2014:420
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over omgevingsvergunning ophogen grond en herprofileren sloten te Enter
Het college van burgemeester en wethouders van Wierden verleende op 6 september 2012 een omgevingsvergunning voor ophogen van grond en het graven, dempen en herprofileren van sloten nabij Enter. Appellanten stelden bezwaar en beroep in tegen dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor zover appellant A daarin werd betrokken, maar verklaarde het bezwaar van appellant A niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogde appellant A dat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt vanwege zijn nabijgelegen woning en zicht op de werkzaamheden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant A inderdaad belanghebbende is en verklaart zijn hoger beroep gegrond. Het hoger beroep van appellant B wordt niet-ontvankelijk verklaard voor zover het betrekking heeft op de belanghebbendheid van appellant A en voor het overige ongegrond.
De Afdeling gaat in op de vraag of de omgevingsvergunning terecht is verleend, onder meer gelet op de Flora- en Faunawet, mogelijke wateroverlast en privaatrechtelijke belemmeringen. De Afdeling bevestigt dat geen ontheffing Flora- en Faunawet vereist is voor de werkzaamheden en dat het college terecht de vergunning heeft verleend. Privaatrechtelijke belemmeringen vormen geen weigeringsgrond. Uiteindelijk verklaart de Afdeling het beroep van appellant A alsnog ongegrond en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep appellant A gegrond verklaard, uitspraak rechtbank deels vernietigd, beroep alsnog ongegrond; hoger beroep appellant B niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard.