ECLI:NL:RVS:2014:4202
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet tijdig nemen besluit ombudscommissie
Appellant verzocht de gemeenteraad van Kerkrade om oneervol ontslag van de leden van de ombudscommissie en wijziging van de gemeentelijke verordeningen betreffende een externe klachtinstantie. De raad nam zijn verzoek voor kennisgeving aan, maar nam geen besluit. Appellant stelde de raad in gebreke en startte een beroepsprocedure wegens het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat appellant volgens haar niet rechtstreeks in zijn belangen werd geraakt door het vermeende disfunctioneren van de ombudscommissie en het verzoek niet was gericht op een besluit in de zin van de Awb. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellant geen persoonlijk belang heeft dat voldoende onderscheidend is van anderen bij het verzoek tot ontslag van de ombudscommissieleden. Ook is het niet mogelijk beroep in te stellen tegen het niet tijdig nemen van een besluit dat een algemeen verbindend voorschrift betreft. De rechtbank had zich onbevoegd moeten verklaren in plaats van niet-ontvankelijk. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de rechtbank onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank wordt onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van Kerkrade.