ECLI:NL:RVS:2014:4242
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroep tegen niet-besluit inzake bijzondere uitkering vluchtelingen
Appellante, van Surinaamse afkomst en uitgenodigd als vluchteling, verzocht het college om een bijzondere uitkering voor uitgenodigde vluchtelingen over de periode 1984-2000. Het college nam haar aanvraag niet in behandeling met de motivering dat deze te onbepaald was. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het niet-besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college ten onrechte de aanvraag niet had behandeld, verwijzend naar een brief waaruit zou blijken dat een regeling voor bijzondere uitkeringen heeft bestaan. De Afdeling stelde ambtshalve vast dat de brief van het college geen besluit in de zin van de Awb bevatte, zodat het beroep niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard.
De Afdeling oordeelde dat het college voldoende onderzoek had gedaan naar het bestaan van een regeling en dat er geen aanwijzingen waren dat het college dit had moeten uitbreiden. Het college had geen bevoegdheid om het verzoek te honoreren. Het incidenteel hoger beroep van het college werd niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen de brief van het college wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.