ECLI:NL:RVS:2014:4254
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- E. Helder
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongeldigverklaring rijbewijs en alcoholslotprogramma
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig en legde hem een alcoholslotprogramma op. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het hoger beroepschrift tijdig was ingediend. Volgens de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van bezwaar of beroep zes weken, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van het besluit. Hoewel het beroepschrift op 4 februari 2014 werd ontvangen, stelde appellant dat het op 27 januari 2014 ter post was bezorgd, binnen de termijn.
De Afdeling overwoog dat het aan appellant is om aannemelijk te maken dat het beroepschrift tijdig ter post is gegeven. De dagtekening, agenda-aantekeningen en mededelingen aan collega’s zijn echter onvoldoende objectief bewijs. Het poststuk werd later dan de eerste of tweede werkdag na afloop van de termijn ontvangen, en er is geen objectief verifieerbaar bewijs dat het tijdig ter post is bezorgd.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hoger beroepschrift.