AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitwerkingsplan Waterrijk Woerden/Eiland IV, Oost
Het college van burgemeester en wethouders van Woerden heeft op 6 mei 2014 het uitwerkingsplan 'Waterrijk Woerden/Eiland IV, Oost' vastgesteld, waarin onder meer de bouw van circa 75 woningen is voorzien. Verzoeker, wonend aan de straat Veluwemeer, heeft hiertegen beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
Verzoeker vreesde voor een verkeersonveilige situatie en onaanvaardbare geluidsoverlast door het extra bouwverkeer via de straat Veluwemeer, een van de ontsluitingswegen naar het plangebied. De voorzieningenrechter stelde vast dat zowel de straat Veluwemeer als de woning van verzoeker buiten het plangebied liggen, en dat bezwaren over bouwverkeer en bouwwerkzaamheden uitvoeringsaspecten betreffen die niet in deze procedure aan de orde kunnen komen.
Daarnaast overwoog de voorzieningenrechter dat de inrichting van de Veluwemeer als 30-km zone buiten het kader van het plan valt en dat het college maatregelen zal treffen zodra bouwverkeer de weg niet meer gebruikt. Gezien deze omstandigheden en het voorlopige karakter van de beoordeling zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.
Er werd ook geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het verzoek werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitwerkingsplan wordt afgewezen.
Uitspraak
201404320/2/R2.
Datum uitspraak: 17 november 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 vanPro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Woerden,
en
het college van burgemeester en wethouders van Woerden,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 6 mei 2014 heeft het college het uitwerkingsplan "Waterrijk Woerden/Eiland IV, Oost" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 november 2014, waar [verzoeker], en het college, vertegenwoordigd door ir. E.J.E.J. ten Westenend en ir. M.P. Smits, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het uitwerkingsplan betreft de uitwerking van het bestemmingsplan "Waterrijk Woerden". In het bestemmingsplan is aan de gronden in het uit te werken gebied de bestemming "Uit te werken woondoeleinden" toegekend.
3. Het uitwerkingsplan voorziet onder meer in de bouw van ongeveer 75 woningen in deelgebied Eiland IV, Oost.
4. [verzoeker], die woont aan de straat Veluwemeer, vreest voor een verkeersonveilige situatie en onaanvaardbare geluidsoverlast ter plaatse van zijn woning omdat deze straat één van de twee ontsluitingswegen is naar Eiland IV, Oost.
5. De voorzieningenrechter stelt vast dat de straat Veluwemeer en de woning van [verzoeker] buiten het plangebied van het uitwerkingsplan zijn gelegen.
6. [verzoeker] stelt dat het woongenot zal worden verstoord door het extra bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Dit heeft geen betrekking op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Deze beroepsgrond moet derhalve buiten beschouwing blijven.
7. Ten aanzien van het betoog dat de straat Veluwemeer niet is ingericht als 30-km zone, overweegt de Afdeling dat de weg buiten het kader van het in geding zijnde plan ligt. Bovendien betreft het een uitvoeringsaspect. Overigens heeft het college aangegeven dat indien het bouwverkeer geen gebruik meer maakt van de weg de inrichting als 30-km zone zal plaatsvinden. omdat het treffen van maatregelen als drempels en dergelijke voor bouwverkeer tot een verkeersonveilige situatie zou kunnen leiden.
8. In hetgeen [verzoeker] overigens heeft aangevoerd, ziet de voorzieningenrechter evenmin aanknopingspunten voor de verwachting dat het bestreden besluit in de bodemprocedure geen stand zal kunnen houden. Het verzoek dient daarom te worden afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, griffier.